Relax. Nothing is under control.
Hoe houd je controle, óók bij ongemak? Een tijd geleden gaf ik een aantal workshops tijdens de Nationale Carrierebeurs in de Rai in Amsterdam. En het fijne van die workshops is dat ik een heleboel vragen krijg die ik ook hier voor jou kan beantwoorden. Eén van die vragen ging over controle. Of regie? Of is er eigenlijk verschil?
In de zaal was het overvol, mensen vonden plekjes op de grond om de workshop bij te wonen, en iedereen was méér dan betrokken bij het onderwerp. Assessment doen, hoe kom je daar een beetje ongeschonden doorheen, en toch ook dat ellendige rollenspel..!
Ook andere deelnemers formuleerden antwoorden op vragen van anderen, en zo was er 1 deelnemer die een ander op het hart drukte zo’n acteur niet te veel het woord te geven, want “voor je het weet ben je iedere controle kwijt! En je moet juist laten zien dat jij de controle houdt!”
Hoe houd je controle?
Je kent de -grappig bedoelde- uitspraken over control-freaks misschien wel:
- “Ik ben hartstikke flexibel als alles gaat zoals ik wil”
- “I’m not a control freak but my way is just better”
- “I could stop being a control freak if others would stop screwing things up”
Bij controle laat je eigenlijk geen ruimte aan de ander om zaken te denken, te vinden, te verwoorden, te doen zoals die ander het goeddunkt.
Als je een redelijk beeld hebt van wat de uitkomst van een gesprek moet worden, is het ongemakkelijk om de ander ruimte te laten, want voor je het weet loopt die volledig de andere kant op dan wat jij je had voorgenomen. Dan houd je controle, maar ben je al snel aan het strijden.
Hoe houd je regie?
Als je regie neemt, laat je de ander eigenlijk zelf kleur geven aan het (onderwerp van) gesprek. Je weet niet waar de ander mee komt, maar je vraagt, bent geïnteresseerd en belangstellend, gaat niet voor de oppervlakkige voor-de-vorm- vragen en antwoorden maar toont echte interesse. Misschien laat je de ander wel 5 minuten achter elkaar praten. Door vragen te stellen, kun je wel enigszins sturen waaróver de ander vertelt, maar niet wát die ander vertelt.
Voor regie nemen heb je vertrouwen nodig. Vertrouwen dat je met 2 verschillende gezichtspunten tot elkaar kunt komen, dat je tot een uitkomst kunt komen die voor beiden bevredigend is. Ook al is dat voor dat moment niet meer dan ‘agree to disagree’. Vertrouw op een prettig gesprek, ook al lopen daarin emoties soms even op, en is het lastig (maar niet onmogelijk) om elkaar te begrijpen.

Controle zoek je wanneer je minder vertrouwen voelt. Wanneer je
- ten alle tijden wilt voorkomen dat je ondergesneeuwd zult raken.
- het idee hebt dat de ander uit is op iets dat jij niet wilt.
- een idee hebt, waarvan je denkt dat het enig juiste is.
- denkt dat je standvastigheid moet tonen.
Dan heb je houvast nodig. Controle voelt als houvast. Lijkt te voelen als houvast.
Bij regie in een gesprek ga je uit van twee mensen, dus twee belangen, en hoe die te verenigen.
Bij controle in een gesprek ga je uit van jouw belang, en jouw gewenste uitkomst.
Feit is dat je een ander nooit -echt- kunt controleren. Controle is een schijn-houvast. Dus
Gesprekstechnieken en de beperkingen er van
Soms lijken gesprekstechnieken een heilige graal te zijn. Er zijn trainingen en oefeningen in overvloed om: feedback te leren geven, slecht nieuws te brengen, de juiste vragen te leren stellen, gevoelsreflecties te geven enzovoort, enzovoort….
Zo lijkt het, als je maar de juiste set aan communicatieve vaardigheden hebt geleerd, de juiste gesprekstechnieken hebt aangeleerd, dat je daarmee, eh…, ja wát? Wat bereik je nou eigenlijk met al die technieken?
Gesprekstechnieken: geen doel op zich
Als je die juiste technieken hebt aangeleerd, wat dan? Wat heb je dan, wat is je dan gelukt, wat heb je dan bereikt?
Wat ik je in deze video op het hart wil drukken is dat deze technieken geen doel op zich zijn, maar een middel om een bepaald doel te bereiken!
En het doel dat je wil bereiken heeft alles te maken met de persoon tegenover je, hetgeen hij of zij wil, en jij zelf en hetgeen jij wilt.
Pas als je dat doel helder hebt, kun je de technieken gebruiken om je te hélpen dat contact te maken en dat doel te bereiken!
Doe ik alles goed, is het nóg niet goed!
“Die gesprekstechnieken werken helemaal niet!”
Het kan gebeuren dat je álle technieken die je geleerd hebt, toepast en nog ben je niet door naar volgende sollicitatierondes!
Het is om moedeloos van te worden! Toch hoef je alleen een eenvoudig principe te begrijpen:
Starr-interview, LSD, Schakelen, BWZ, stiltes laten vallen en KOE, noem alle technieken maar op.
Wanneer hélpen gesprekstechnieken je, en wanneer zitten ze eigenlijk vooral in de weg?
Psychologie, en interactie tussen mensen is geen exacte wetenschap. En dat maakt het minder goed voorspelbaar én minder goed doseerbaar.
In de scheikunde kun je (milli-)grammen afgwegen, in de natuurkunde kun je gewicht berekenen en op basis daarvan voorspellingen doen.
Het principe
Zo niet bij de interactie tussen mensen. En daar zit direct de crux van bovenstaand citaat: wanneer je dat namelijk wél benadert als een exacte wetenschap voelt de ander direct ‘dat er iets niet klopt’.
Je praat namelijk niet meer vanuit je authentieke zelf, maar vanuit een techniek.
Je zegt iets minder wat je denkt en voelt, en praat meer vanuit een gewenst effect van je woorden.
Een psycholoog noemt dit gedrag ‘instrumenteel’. Of ‘minder authentiek’.
Gesprekstechnieken moeten je ondersteunen.
Wordt nu niet nóg moedelozer 😉
Je hebt de technieken niet voor niets bestudeerd! Vergeet alleen niet om in een gesprek ook jezelf mee te nemen. Dat is het voornaamste; de technieken zijn er dan om jou te ondersteunen.
Denk aan de kleuren van je kleding. Sommige kleuren zijn prachtig of in een situatie zeer gepast, maar stáán je gewoon slecht, maken je bleek, of staan alleen goed in combinatie met iets anders. En anderen vinden juist dat bleke weer geweldig! Kies dus de kleren (of gesprekstechnieken) die je staan, waar je van groeit en beter van wordt!
Wat je hier tussen de regels tegelijk óók leest, is dat interactie met anderen lastig wordt wanneer je probeert te voldoen aan hun (vermeende) verwachtingen.
Als gesprekstechnieken je dwars zitten:
Gisteren belde een klant me op die had gehoord dat ie enthousiasme miste in het sollicitatiegesprek. Dit was een hele zorgvuldige, loyale, bedachtzame jongen. Prachtige kwaliteiten, maar in een extraverte wereld minder goed te verkopen.
Zodra hij deze ‘kritiek’ had gehoord probeerde hij in een volgend sollicitatiegesprek zo enthousiast mogelijk over te komen. Hij was dus uit op een bepaald effect, namelijk niet nog eens te horen dat hij niet enthousiast genoeg zou zijn.
Welk commentaar kreeg hij? Wel bevlogen, maar niet zo authentiek…
Het is ook nooit goed of het deugt niet.
Echt?
Waar liep deze klant tegenaan?
Dat met grote regelmaat wordt gevraagd naar Passie! Vuur! Enthousiasme! We spreken meer en meer in uitroeptekens, maar we zijn nérgens zonder mensen die af en toe op de rem stappen, die kritisch blijven kijken, het overzicht bewaren en in “puntje, puntje, puntje” spreken.
.
Wat dan wel?
Dus waar je denkt dat je niet voldoet aan de verwachtingen, omdat je anders in elkaar zit, en een ander type mens bent, gebruik dan niet gesprekstechnieken om een ander te overtuigen van iets dat niet waar is. Het is geen milligrammetje hallucinogeen
Verwoordt liever welke bijdrage jouw kwaliteiten leveren, groot genoeg om toch aangenomen te worden? Niet overdrijven, niet ‘onderdrijven‘ maar reëel blijven.
Daarná pas kunnen de gesprekstechnieken je boodschap ondersteunen.
Schijnbaar tijdgebrek in het rollenspel
Tijdgebrek in het rollenspel heb ik al eerder in dit artikel besproken.
Daar lees je hoe je je daar op voor kunt bereiden.
Deze keer wil ik het ook graag hebben over de beleving die je hebt van tijd.
Soms bedenk je dat je een onderwerp wilt vermijden omdat dat zoveel tijd kost: niet doen!
Schijnbaar tijdgebrek in het rollenspel
Als je denkt dat een bepaald onderwerp te veel tijd zal kosten, ben je meestal bang dat je gesprekspartner te veel en te lang zal uitweiden als je het onderwerp aansnijdt.
Nu komt het:
- Je wéét niet of dat gebeurt, je dénkt het, je bent er bang voor!
- Jij kunt het bepalen: als jij de regie neemt in een gesprek, ben jij ook degene die beslist hoe lang een onderwerp duurt.
- Als je een belangrijk onderwerp onbesproken laat, ben je vaak ongewild heel veel meer tijd kwijt!
Ik zal het toelichten.
Het onderwerp dat in rollenspellen het meest wordt vermeden is: het gevoel van de ander.
Als je net gezegd hebt dat je niet tevreden bent met het gedrag van de ander, kan die daar best even van schrikken. Of heel erg. Of het ermee oneens zijn.
Allemaal lastige zaken waarvan veel mensen denken dat ze daar in een rollenspel geen tijd voor hebben, en dus besteden ze er geen aandacht aan.
Je hebt in je rollenspel immers een opdracht en daar wil je naar toe!
Wel vervelend als je dan ineens een ‘onwillige’ gesprekspartner tegenover je hebt!
Die niet constructief meedenkt. De hakken in het zand zet. Je tegenwerkt.
Hoe komt dat? Hij is nog helemaal niet toe aan constructief meedenken…
Hij wil nog even zeggen dat-ie geschrokken is. En dat jij daar even naar luistert en het serieus neemt.
Misschien wil hij er zelfs nog veel meer over zeggen, en dán komt jouw leiderschap om de hoek kijken: jij bepaalt hoe lang hij er over mag praten, en hoeveel tijd jij nodig hebt om ook een aantal zaken te bespreken.
Dat is gemakkelijker dan je denkt, mits je je tegenspeler echt serieus neemt!
Het kan maw nooit een ‘trucje’ zijn.
Dus: Zie je schrik bij je gesprekspartner? Niet mee eens? Verdediging? Laat de ander er even zijn verhaal over kwijt. Soms levert het nieuwe informatie op. Soms creëert het een grotere bereidheid om met je mee te denken.
Duurt te lang? Je zult verbaasd staan over hoe snel dat kan! Echt! En als het toch echt te lang duurt, komt dat meestal omdat je met de ‘spreekbeurt’, ook de regie hebt weggegeven!
Meer weten?
Kijk hier voor nog meer hulp in je assessment en rollenspel
Klacht over het rollenspelIk kreeg niet genoeg tijd!
Ik hoorde deze klacht over het rollenspel. Gek genoeg heb ik die hier nog nooit besproken. Gek, omdat het een klacht is die ik veel vaker hoor. Tijd te kort.
Een rollenspel heeft een vast timeslot.
Net als alle onderdelen van een assessment, kijk maar:

Per kandidaat moeten alle af te leggen onderdelen in een schema passen. Heel prozaïsch.
Afhankelijk van de complexiteit van jouw rollenspel-opdracht krijg je meestal tussen de 5 en de 20 minuten voor je voorbereiding. Je leest de casus door en bepaalt hoe je het komende gesprek gaat aanpakken.
Vervolgens krijg je voor het gesprek zelf meestal ook tussen de 5 en de 20 minuten.
Dat is heel . erg . veel . korter dan je in de realiteit zou nemen of hebben voor een gesprek, dus dat kan je behoorlijk dwars zitten.
Wat zijn nu de valkuilen die dan op de loer liggen?
Valkuil 1: te strikte doelbepaling
Het is zinvol je tijdens je voorbereiding af te vragen hoe je de opdracht wilt gaan aanpakken. Welk doel stel je jezelf? Toch, als je daar te strak aan vast houdt kan je in een gesprek dan nogal ‘kort door de bocht’ overkomen, en laat je niet jouw eigen normale gedrag zien.
Valkuil 2: Uitstellen
Onderwerpen die ter tafel zouden moeten komen doorschuiven naar ‘een volgende afspraak’.
Valkuil 3: Fatsoen
Favoriet bij velen: even het ijs breken. Wat kletsen over het gebouw, het weer, heb je het kunnen vinden, hoe is het met de kinderen. Voor je het weet ben je al heel wat kostbare minuten kwijt, en kijk je de rest van het gesprek alleen maar angstig heen en weer tussen klok en aantekeningen
Nou niet klakkeloos het tegenovergestelde gaan den! Laten we eerst per valkuil eens kijken welke alternatieven je hebt;
Alternatief 1: In de maat, maar zo vrij als een vogel!:
Toch heb je binnen die korte minuten de vrijheid voor jouw regie in het gesprek. Maw: laat de klok niet de regie overnemen! Hoe meer je in het hier en nu bent, hoe meer je je gesprekspartner zult hóren! Je kunt je aanpak dan mede op die informatie baseren, en er ontstaat echte interactie!
Alternatief 2, Wees geen grafdelver:
Schuif onderwerpen niet door, maar adresseer ze in het gesprek zelf, ook al denk jij dat dat veel te lang gaat duren. Mocht dat het geval zijn, dan heb je in ieder geval al wel iets laten zien van jouw aanpak. Je kunt evt. het vervolg dan nog (fictief) doorschuiven naar een tweede afspraak (als de tegenspeler daarmee akkoord gaat…)
Alternatief 3, Klits Klats Klanderen:
De rollenspeler wéét hoeveel minuten je hebt! Het is prima om een heel korte ijsbreker te doen, maar net zo goed is het om vriendelijk te vermelden dat je xx minuten hebt voor dit gesprek.
Maar het belangrijkste is eigenlijk dat je wéét dat je nooit lang de tijd hebt voor een rollenspel. Als je daar in je voorbereiding rekening mee houdt, kun je eigenlijk niet in de problemen raken.
Succes!
Deel je commentaar!
Heb jij al eerder een rollenspel gedaan? Ik ben heel nieuwsgierig hoe jij omging met de korte tijd die je beschikbaar had!
Laat je me hieronder jouw ervaring weten?
Dank alvast!
Assessment-'fouten'
Overtuigingen over je assessment.
Ze kunnen je nogal in de weg zitten op het moment dat je zelf een assessment moet doen.
De komende tijd laat ik een paar van die overtuigingen de revue passeren om te kijken of het misschien misvattingen zijn…
In de hoop je te inspireren ánders te kijken.
In de hoop jou meer -laten we het bewegingsvrijheid noemen- te gunnen in jouw assessment.
Vandaag misvattingen over de capaciteitentest.
Heb jij nog andere overtuigingen, opvattingen of meningen over de capaciteitentest? Daar gaat een hoop energie in zitten!
Energie die je niet kunt gebruiken voor het oplossen van de vragen die je moet beantwoorden.
Zet je overtuigingen in de comments, misschien kan ik je helpen ze ‘om te buigen’ zodat je er minder last van hebt.
Intelligentie een soft skill?
(Of hoe persoonlijkheid je iq-test kan beïnvloeden)
Wat hebben soft skills te maken met je intelligentie? Er is bijna geen assessment zonder capaciteitentest.
En waar je voor een rollenspel in de rats kunt zitten, omdat je niet weet wat de rollenspeler zal doen, is een capaciteitentest zo mogelijk nog confronterender!
Je zult de eerste niet zijn die bang is voor zijn uitslag. (Het blijkt bijvoorbeeld voor de nationale iq-test heel moeilijk te zijn om bn-ers te vinden die mee willen doen 😉 We hebben allemaal een heilig vertrouwen in de test, maar kunnen dus ook ontmaskerd worden:
Wat als ik nou helemaal niet zo intelligent ben als ik altijd dacht?
Voorbereiding.
- Weet wat je staat te wachten.
Online zijn allerlei oefenmogelijkheden, en bovendien zijn er meer dan genoeg oefenboeken te vinden. Het voordeel van boeken, is dat je de juiste antwoorden erbij krijgt (online niet altijd het geval).
Als je weet wat je staat te wachten, en bv de vraagsoorten kent, levert je dat tijdwinst op in de echte test.
Alle beetjes helpen.
Door te oefenen is bewezen dat je een paar punten bij kunt sprokkelen. Voor een deel staat je iq wel vast, maar hersenonderzoek laat zien dat ons brein óók veel plastischer is dan we dachten. We kunnen dus veel meer leren!
- Zit jezelf niet in de weg
Er zijn verschillende persoonseigenschappen die het maken van een goede test redelijk in de weg kunnen zitten. Ken ze van jezelf, en weet ook welke eigenschappen je juist kunnen helpen! Dat zorgt er voor dat je het maximale uit de test zult halen. Dat je eruit haalt wat erin zit.
Vele eigenschappen kunnen enorm helpen om de test te maken: nastreven van kwaliteit, zorgvuldigheid of juist vertrouwen op je intuïtie.
Het nadeel zit ‘m in de stressfactor! Niet voor niets wordt als eerste advies vaak gegeven dat je uitgerust aan je assessment begint.
Oh dáárom! Ja dáárom.
Niet uitgerust = meer vatbaar voor stress.
En bij meer stress worden de meeste van onze heerlijke fijne eigenschappen krampachtig. Je blik vernauwt. Je hele systeem wil nog maar 1 ding: de stress te bovenkomen.
Niet de meest ontspannen houding om te laten zien wat je kunt. Dus laat het goede en voldoende slapen niet op de laatste nacht aankomen. En je voorbereiding ook niet. Neem zoveel mogelijk tijd.
Pas hoorde ik dit van een klant:
Ik werd uitgenodigd voor een assessment en om wat tijd te ‘kopen’ heb ik gezegd dat ik de komende week het land uit was.
Nu heeft hij een week om lekker te slapen!
Hulp nodig? kijk bij assessmenttraining of ik iets voor je kan betekenen.
Thuis capaciteitentests maken
Ik heb het vorige week al gehad over thuis je rollenspel doen, deze week vertel ik je meer over: Thuis de capaciteitentest maken.
Net als bij de artikelen over assessments en rollenspellen geldt ook hiervoor: Neem de tijd en de ruimte. Zorg dat je er goed uitgerust aan begint, en dat je niet afgeleid of gestoord kunt worden.
Zorg dat je telefoon niet in de buurt is, je huisdieren in een andere kamer zijn, en je kinderen en/of partner niet binnen kunnen komen. Ik blijf het herhalen omdat het zó zonde is als je afgeleid bent, dat heeft écht invloed op je resultaten.
Capaciteitentest als je ziek bent
Doe je capaciteitentest óók niet als je je niet zo lekker voelt!
Als je ziek bent, of er zijn omstandigheden in de persoonlijke sfeer, of andere redenen waarom je een slechte dag hebt: Doe het dan op een ander moment.
Durf om uitstel te vragen
Je mag altijd een assessment bureau bellen dat het heel slecht uitkomt! Dat vinden ze niet leuk van de planning, maar ze begrijpen altijd dat een sterfgeval, griep of andere problemen grote invloed op je prestaties kunnen hebben. Zo kun jij je capaciteitentest maken op het moment dat jij je weer fit voelt. Een week uitstel moet vaak wel lukken. Dat geldt natuurlijk niet alleen als je capaciteitentest thuis online moet maken, maar ook als we na corona wél weer op locatie mogen komen.
Belangrijk om te weten
Misschien is dit een overbodige opmerking, maar er wordt vanuit gegaan dat jij je test zelf maakt.
Ook vóór corona kon je vaak je capaciteitentest thuis maken. Het kan dan heel verleidelijk zijn om je partner, een vriend, of je slimme nichtje in te schakelen voor een onderdeel waar je zelf minder goed in denkt te zijn. Ik ben zelfs weleens gebeld door iemand die mij wilde betalen om zijn capaciteitentest te maken.

Online capaciteitentest maken: Laat het je slimme nichtje niet doen!
De belangrijkste reden om níet aan die verleiding toe te geven, is dat het uiteindelijk je zelfvertrouwen ondermijnt. In plaats van dat je de testen je volle aandacht geeft, kies je voor vermijding en verdiept daarmee je negatieve zelfbeeld. Op die manier creëer je een self-fulfilling prophecy.
Je kunt veel beter regelmatig je grijze cellen aan het werk zetten. Voor de meesten is het ‘sommetjes maken’ iets uit een ver verleden. Je hersenen moeten opnieuw wennen aan dat soort activiteit.
Er zijn heel veel gratis sites waarop dat kan. Ik gebruik zelf tegenwoordig: https://www.neurocampus.nl/ Echt hoor! Zeker eens in de twee weken spendeer ik daar zo’n half uur á een uur, en ik ben begonnen het leuk te vinden.
Het belang van capaciteitentests
Van alle assessmentinstrumenten voorspelt de capaciteitentest het beste hoe jij zult presteren in de gewenste functie.
Daarom wordt hij bijna altijd ingezet. Toch geeft ook dit figuur aan dat de voorspelling zéker niet 100% raak zit.
Dat betekent dus ook dat niet alles staat of valt met de capaciteitentest. Doordat ze jou in een assessment meerdere tests e.d. laten doen, kan nog beter worden voorspeld hoe je ‘het waarschijnlijk zult doen’ in de functie. Door de combinatie van verschillende assessmentinstrumenten wordt die validiteit verhoogd, maar boven de 0.65 komt het niet.
Kijk maar in het figuur hieronder:

Schema door Hunter en Smidt (1998) bewerkt door Derksen en Derksen (2006).
Hier kun je zien dat de capaciteitentest met een score van 0.51 op een schaal van 1,0 de hoogst voorspellende waarde heeft.
Wat je ook ziet, is dat de voorspellende waarde van je assessment als geheel hoger wordt als de andere assessmentinstrumenten worden gecombineerd met de capaciteitentest.
Met andere woorden: Natuurlijk is de capaciteitentest belangrijk, maar alle onderdelen van het assessment sámen voorspellen uiteindelijk het beste hoe jij het in je gewenste functie zou doen. Kortom: Maak je er niet al te druk om 😉
De koningsweg
De uitslag van de capaciteitentest is geen waardeoordeel over jou. Al voelt dat vaak wel zo. Geconfronteerd worden met een uitslag die minder is dan je verwachtte kan heftig zijn.
Heb je een universitaire graad omdat alles je supergemakkelijk afging en ben je fluitend door je colleges gelopen vroeger? Of begon jij op de Mavo, toen MBO, toen HBO en toen heb je ook nog een universitaire graad gehaald? Wát een karakter heb je dan ontwikkeld! Je bent niet voor één gat te vangen en hebt met tegenslag om leren gaan. Niet voor niets noemen wij dat ‘de Koningsweg’.
Nou ja. Een koning krijgt het juist allemaal in de schoot geworpen natuurlijk, maar ‘in de branche’ wordt het zo genoemd vanwege de waardering die er uit spreekt.
Toch zijn er ook werkgevers die een goede score op de capaciteitentests als harde eis stellen. Karaktereigenschappen zijn dan ook belangrijk, maar komen op de tweede plaats. Als je in zo’n geval je hele slimme nichtje de tests laat maken, en je komt op die plek terecht, vraag je dan af of je daar gelukkig zult worden, of dat je voortdurend op je tenen zult moeten lopen.
Als dat je niet overtuigt, weet dan dat een assessmentbureau bijna altijd checkt of je het zelf hebt gemaakt als jij de capaciteitentest thuis hebt gemaakt. Je krijgt dan op locatie bijvoorbeeld nog een korte test met controlevragen voor alle onderdelen. Als het verschil met de capaciteitentest test die je online hebt gemaakt dan te groot is, moet je ter plekke nogmaals de hele capaciteitentest doen. Alle onderdelen.
Als jij je test zelf hebt gemaakt kom je daar makkelijk doorheen.
Maak je je toch ontzettend druk over die capaciteitentest? Hou dan de website dan in de gaten. Binnenkort doen we een hele serie over faalangst en hoe je ermee om kunt gaan.
Ik ben -as we speak- bezig met een serie over de verschillende onderdelen van een capaciteitentest en álle verschillende oplossingsstrategieën. Dus: cijferreeksen, Inductief redeneren, Syllogismen, die gruwelijke kubusjes, etc. etc. Hou ook daarvoor de site in de gaten, iedere week zal er een nieuw artikel over verschijnen in mijn KennisBank.
Wil je daar niet op wachten? Klik dan hier om direct mijn hulp in te schakelen.
Je kunt dit!
De Assessmentcoach
Zó overtuig je je toekomstige werkgever
In ieder sollicitatieproces, en in in iedere sollicitatieronde kan de vraag opduiken: ben ik ‘goed genoeg’?
Het is een stressvolle vraag (en onder stress stap je gemakkelijker in je valkuilen).
De kans is groot dat je je toekomstige werkgever wil ‘overtuigen’ en de meeste van ons weten helemaal niet hoe dat moet.
Daarom vandaag een les ‘overtuigen’…
Eerst maar eens hoe het níet moet:
Valkuil 1: Te veel aan het woord zijn/ te snel antwoorden.
In je drang om te overtuigen, vertel je misschien heel graag over al je positieve ervaringen en eigenschappen. Terwijl je vertelt, check je of je antwoord een positieve reactie teweegbrengt, en als je niets op de gezichten af kunt lezen ga je meer en meer vertellen, uitwijden of uitleggen.
Gevolg: kostbare tijd gaat verloren.
Valkuil 2: Ja, maar…
Als de interviewer een tegenwerping maakt, een kanttekening zet bij je verhaal direct reageren met ‘Ja, maar…’ De enige erkenning voor de kanttekenng zit in dat ene woordje ‘Ja,’ gevolgd door de ultieme bordenwisser, nl. het woordje ‘maar…’
Gevolg: Je neemt de kanttekening niet serieus en dat houdt een risico in.
Valkuil 3: Geen vragen stellen.
Zolang je probeert aan verwachtingen te voldoen blijf je vastzitten in een vraag – en – antwoord spelletje (waarbij er goede en foute antwoorden zijn). Er komt niet echt een gesprek op gang. De interviewer stelt de vragen, jij geeft de antwoorden. Als je Triviant speelt, kun je daar nog best lol aan beleven, maar in een gesprek met een psycholoog tijdens je assessment, of een sollicitatiegesprek zul je beiden minder een gevoel hebben dat het een boeiend, leuk, interessant gesprek was.
Gevolg: Je unieke toegevoegde waarde komt minder naar voren en je loopt het risico om foute antwoorden te geven.
begrijpen – begrijpen – begrijpen
Overtuigen zit ‘m vaak helemaal niet in het vertellen hoe goed je wel niet bent, maar heel erg veel meer in begrip dat je voor een ander hebt! Hoe meer je interviewer merkt dat je zijn situatie en/of vragen begrijpt (en wat hij/zij nodig heeft) hoe meer hij het idee zal hebben dat je de situatie en de functie waar je voor komt aan zult kunnen. Je kent en begrijpt immers de valkuilen en voetangels die erbij horen!
O, en nog iets, een essentiële bonus: Zéggen “ik begrijp het” mag pas als dat ook echt zo is, en je het plaatje helemaal helder hebt! En vragen stellen totdat je zo ver bent is níet (ik herhaal: níet) stom.
Dan nu 3 tips om niet in deze valkuilen te stappen:
Tip 1: Check je aannames
Iedereen doet in alle gesprekken vele vele aannames: hij of zij zal wel dit of dat bedoelen.
Bijna net zo vele malen kloppen die aannames niet. Of niet exact. Door ze te checken kan je gesprekspartner nuanceren wat hij of zij bedoelt en geef jij antwoord op de juiste vraag.
Tip 2: Uitvragen
Wanneer je tegenwerpingen of kanttekeningen krijgt: vraag ze uit! Waarom stelt iemand die vraag, waar is hij naar op zoek, welke eerdere ervaringen maken dat hij die vraag stelt, geef aan dat je de kanttekening begrijpt (als je het voldoende hebt uitgevraagd) en laat dat in je antwoord zien.
Tip 3: Durf tijd én initiatief te nemen.
Met iedere vraag die een interviewer stelt, probeert hij/zij zich een beeld te vormen. Dat is zijn doel in het gesprek. Jouw doel is een realistisch en helder beeld te schetsen, en duidelijk maken waarom jij de juiste persoon bent voor die functie. Begrijp beide doelen goed, en ga het gesprek vervolgens op gelijkwaardig niveau aan. Wees medeverantwoordelijk voor een leuk, boeiend, interessant gesprek en het behalen van beide doelen.
Meer weten?
Wil jij beter leren solliciteren?
Tijdens mijn Workshop Solliciteer Beter krijg je een heel nieuwe kijk op solliciteren.
Zodat het leuk kan worden! En beter nog:
Zodat jij overtuigend wordt!
Klik hier voor meer informatie.
Geen werkervaring...
Net afgestudeerd, trots op je diploma, maar niet aan de bak kunnen vanwege je gebrek aan werkervaring. Herken je dat?
Omdat je niet wordt aangenomen, kun je ook geen werkervaring opdoen, het lijkt een cirkel die maar moeilijk te doorbreken valt.
Maar er is iets aan te doen!
Heel veel pas afgestudeerden zoeken een plaats in een Management Traineeship. Het is een geweldige manier om met andere ambitieuze starters aan je ontwikkeling te werken, verschillende afdelingen van een bedrijf te leren kennen, en te ontdekken waar jij het beste past.
Ik zei het al: heel veel pas afgestudeerden zoeken daar een plaats tussen. Dus de concurrentie is enorm!
Hoeonderscheid jij je nou tussen al die mededingers? Het is een geweldige start van je carriere, hoe zorg je er voor dat jij wordt aangenomen?
Ik heb goed nieuws voor je: daar heb je meer invloed op dan je misschien denkt!
Ik wil je heel graag een hart onder de riem steken, dus hier zijn de belangrijkste facetten om een traineeship binnen te slepen.
Ga jezelf zien zoals een werkgever naar je kijkt. Wees eerlijk, ook over de dingen die een werkgever minder aantrekkelijk vind!
- Maak een lijst van eigenschappen waar je trots op bent, en eigenschappen waar je minder trots op bent. Waar je je misschien zelfs voor schaamt.
- Haal bij iedere eigenschap een gebeurtenis uit je herinnering. Zo maak je het concreet.
- Vraag de ongezouten mening van docenten, ouders, ouders van vrienden, werkgevers van bijbaantjes. En zeg ze jou vooral niet te sparen. Ga niet in de verdediging, maar wees dankbaar voor de kennis die ze met jou delen: zo wordt er kennelijk naar je gekeken, zo kijkt een werkgever ook!
- Welke overeenkomsten en verschillen zijn er tussen wat anderen over jou zeggen en jouw eigen lijst?
- Download (gratis) mijn Gouden E-book met de top 10 van eigenschappen die werkgevers zoeken in een trainee.
Als je dit gedaan hebt, wordt je beeld over jezelf realistisch. Het volgende dat je moet weten is dat niemand aan alle voorwaarden voldoet, dat iedere starter nog moet leren. Dat betekent dat een werkgever ook wil weten of je daartoe bereid bent! Ben je iemand die zijn zwakkere kante liever verbloemt of verzwijgt, of overschreeuwt? Weet dan dat die kanten toch wel zichtbaar zijn, en dat een werkgever zich dan kan gaan afvragen of je het zelf wel ziet, en er dus iets in kunt ontwikkelen. Ben je aan de andere kant daar realistisch en eerlijk over, én bereid om je op dat vlak te ontwikkelen, dan heb je niet minder, maar juist hoger gescoord!
16 januari 2026
Rollenspel bij selectie: 3 Grote valkuilen van het rollenspel
Rollenspel bij selectie: 3 Grote valkuilen van het rollenspel
haal je er misschien niet uit wat er in zit.
Een simulatie, simulatiespel, of rollenspel, het heeft verschillende aanduidingen. En het maakt heel vaak deel uit van je assessment.
Als acteur in dit soort situaties, zie ik 3 dingen fout gaan bij kandidaten:
1. Je zendt, en ontvangt te weinig
2. Je ‘choket’, verlamt
3. Je overschat jezelf
Ik zal over alle drie die valkuilen iets vertellen.
Je zendt, je ontvangt te weinig.
Dit is -by far- de meest voorkomende valkuil. Zelfs bij mensen die van zichzelf zeggen goed te kunnen luisteren. Het kan verschillende oorzaken hebben. De belangrijkste: je staat onder druk, je moet presteren, je moet iets laten zien! En om iets te laten zien moeten we…. praten?
Nee natuurlijk, maar ook al ben je een goede luisteraar: het voelt tegennatuurlijk in zo’n situatie om achterover te zitten en ook te luisteren naar je gesprekspartner. Wéét dit van tevoren zodat je jezelf daar bréngt! En dan is luisteren iets anders dan netjes je beurt afwachten.
Een ander probleem is dat je veel te vertellen hebt in meestal erg weinig tijd. Hoe pak je dat nou aan? Een hele simpele techniek is deze: bijna altijd mag je tijdens de voorbereiding voor je rollenspel aantekeningen maken en die in het gesprek erbij houden. Maak daar gebruik van!
Dan hoef je al je punten er niet achter elkaar uit te ratelen uit angst ze te vergeten. Zo crëeer je ook gelegenheid voor jezelf om na een behandeld punt, te kijken hoe je boodschap aankomt bij je gesprekspartner! Misschien verandert dat wel iets in wat je verder nog wilt behandelen. Een gevleugelde uitspraak tussen acteur en psycholoog achteraf is: “Hij/zij luisterde, maar dééd er ook wat mee!” Je begrijpt, dat wordt hoog gewaardeerd (en wordt heel vaak vergeten). Mocht je dan de draad misschien heel even kwijtraken: niemand vindt het raar dat je even tijd neemt om dat op te zoeken!
Angst voor een black-out
Een echte black-out komt maar heel erg zelden voor!! De angst ervoor echter heel vaak! Het zit je zeker tijdens een rollenspel afschuwelijk in de weg! Het maakt bijvoorbeeld dat je eerder opgeeft of pauzes inlast dan nodig. Ik boulder tegenwoordig. Als ik al dénk dat ik een bepaalde route niet ga halen…. Snap je? Je gaat er dan niet vol voor. En juist als je er vol voor gaat kan zo’n rollenspelgesprek heel echt gaan aanvoelen, en ben jij je fijne zelf!
Als het dan toch gebeurt?
Ik had ooit een kandidaat die het duizelde. Hij stopte even, nam regie over de situatie: “ik heb even een black-out”, zei hij. Nam een banaan (had hij bij zich: goed voorbereid!!) en een slok water, en kon daarna weer door.
Als acteur vind ik dat eerder positief dan negatief!! Waarom: omdat hij er niet van in paniek raakte. Wees vooraf al mild voor jezelf. Áls je een blackout krijgt is er absoluut geen man overboord. Dat vinden wij niet alleen: het is nog belangrijker dat je daar zelf ook doordrongen van raakt, zodat je je minder afhankelijk maakt van wat er van je gevonden wordt. ‘Hoe je overkomt.’
Allerlei gedachten en emoties óver je assessment kunnen je spanning behoorlijk doen oplopen.
2 dingen moet je daarbij weten:
- Wat werkt bij jou het beste om je spanning te reguleren?
- Hoe meer je in het hier-en-nu je opdracht doet, hoe meer je kwaliteiten de kans hebben naar boven te komen!
Acteurs kunnen je helpen het gesprek te ‘geloven’ en je meer in het gesprek te betrekken. Als ik een kandidaat soms zenuwachtig zie lachen, omdat-ie nog niet in z’n rol zit, geef ik in mijn rol aan hoe de gegeven situatie mij raakt. Ik beoordeel hoe een kandidaat met dat láátste omgaat, en niet z’n aanvankelijke zenuwen!
Je overschat jezelf.
Het kan zo maar zijn dat je de voorbereiding te lezen krijgt voor je rollenspel en dat je denkt: appeltje-eitje! Je snapt direct hoe het zit, je bent overtuigd van je eigen kunnen, of je bent sowieso al zeker van dat de werkgever je voor de baan aan zal nemen.
Wat heerlijk, als je met vertrouwen en zelfvertrouwen het rollenspel ingaat. Kijk hiermee goed uit! Er zijn situaties genoeg waarin een werkgever ondanks meerdere positieve gesprekken op basis van een negatief assessmentadvies tóch besluit iemand niet aan te nemen.
De psychologen die je observeren, nemen deze dag en wat ze zien serieus. Een acteur geeft achteraf ook feedback aan de psycholoog over hoe hij jou als gesprekspartner heeft ervaren. Zorg er dus voor dat je ondanks je grote vertrouwen óók open blijft staan voor feedback, en probeer het te implementeren als de situatie er naar is. Niemand houdt van een betweter, en overmoed wordt niet vaak als constructief ervaren.
Probeer, hoe goed je ook denkt de gevraagde vaardigheden te beheersen, deze toch uit te voeren met al je inzet. Of zorg ervoor dat jij in je voorbereiding al precies weet wat je te wachten staat, aan welke verwachtingen jij goed zult voldoen (en doe dat dan ook!) en welke ontwikkelpunten je kunt verwachten. Die hoef je dan niet ‘voor’ te zijn. Het is prima en zelfs de bedoeling dat die kanten die nog ontwikkeld kunnen worden aan de oppervlakte komen. Nét als je fijne eigenschappen. p die manier helpt een assessment, en dus ook een rollenspel je alleen maar om ook ná je assessment te blijven professionaliseren en/of verbeteren.
Succes!
Rollenspel opdracht: ben jij vrij of 'slaafs'?
Je rollenspel opdracht zou zo maar met je ‘op de loop kunnen gaan’. Wees daarop bedacht, want het gebeurt sneller (en vaker) dan je denkt.
Soorten opdrachten die je kunt krijgen:
Soorten opdrachten
- ‘Bespreek het probleem met de klant’ en ‘Geef maximaal voor €.. weg’
- ‘Bespreek het probleem met de medewerker, zorg dat de medewerker weer gemotiveerd raakt en zorg dat de medewerker alsnog zijn afspraken nakomt.
- Geef advies aan de directie, zorg dat je draagvlak krijgt voor jouw advies.
Nou zijn er állerlei manieren waarop je bovenstaande opdrachten kunt uitvoeren.
De belangrijkste manier om op te sporen of je slaaf of juist vrij blijft van de opdracht is na te gaan of je gedachten hebt over wat er ‘hiermee bedoeld wordt’, wat ‘er van je verwacht wordt’, kortom gedachten over ánderen dan jijzelf en het personage die je straks tegenover je hebt.
Dan is de kans groot dat je niet meer vrij de opdracht kunt doen!
Vrij blijven in je rollenspel opdracht
Blijf dicht bij jezelf, en kies voor jouw manier om het personage (in de voorbeelden hierboven zijn dat achtereenvolgens de klant, de medewerker en het directielid) zometeen te woord te staan.
Kies nooit voor de manier die jij denkt dat er verwacht wordt….
Durf jij maling te hebben aan de opdracht, vrij te blijven van verwachtingen, zélfs als je erop beoordeeld wordt?
Kijk dan naar de rollenspel opdracht, maar ook naar het grotere plaatje, en naar jouw eigen opstelling daarbinnen.
- Wat vind jij?
- Wat zou jouw hoogste doel zijn in de gegeven situatie?
- Ten koste van wat wil je je klant behouden? Of laten gaan? Of de samenwerking met je medewerker goed houden, of met een directielid?
Durf daar eigen keuzes in te maken!
Natuurlijk heeft ieder rollenspel een dilemma dat je op moet lossen, dus verzin je daar geen weg uit. Wees dus reëel tov de opdracht, maar word er geen slaaf van











