Hoe Verkoop Ik Mezelf !?
Veel mensen zijn heel goed in vertellen wat goed is aan een ander. De vraag: “Hoe verkoop ik mezelf?” levert vaak heel wat meer vraagtekens op. Hoe kan dat?
Je hoopt dat jij het cadeautje bent waar je gesprekspartner op zit te wachten, maar hoe bereik je dat?
En hoe voorkom je het gevoel ‘te moeten leuren’?
Er is altijd een spanning wanneer 2 personen elkaar ontmoeten om te zien of er een gedeeld belang is.
Want dat is namelijk wat je doet als je een sollicitatiegesprek voert: uitzoeken of er een gedeeld belang is waarin je beiden iets aan elkaar kunt hebben.
Hetzelfde doe je als je een verkoopgesprek, onderdelen van een assessment, voert.
Die 2 gesprekken lijken op elkaar!
In beide gevallen is er:
- een partij die vraagt, en
- een partij die aanbiedt
“Ja dat klopt!” denk je, “Ik heb een vraag (een baan) en m’n toekomstige werkgever heeft een aanbod (de vacature).”
En daar heb je gelijk in.
Op die manier voeren de meeste mensen hun sollicitatiegesprekken.
Maar op een ándere manier is het ook juist: het aanbod van de werkgever namelijk, is de vertaling van een vraag. Die werkgever heeft een probleem dat hij wil oplossen met een nieuwe medewerker. Zo bekeken heb jij dus het aanbod.
Dat verandert nogal wat in hoe je je sollicitatiegesprek gaat voeren. Je verandert van de vrager namelijk in de aanbieder! Je gaat een verkoopgesprek voeren!
Anders gezegd: jij gaat de werkgever helpen met zijn vraag.
Dat betekent dat je moet weten wat zijn vraag is. Wat heeft hij nodig? Waar is hij naar op zoek? Welk probleem wil hij oplossen? Dát, en dat alleen, is de reden dat je een sollicitatiegesprek (en ook ieder verkoopgesprek) voorbereidt.
Bekijk de website van het bedrijf. Proef de sfeer, welke waarden vindt het bedrijf belangrijk? Bel vooraf om de eerste vragen die je hebt te kunnen stellen.
Het gesprek zelf
Als je dan uiteindelijk tegenover elkaar zit, hoef je niet te stoppen met vragen stellen.
Wat is belangrijk voor de werkgever? Hoe vertaalt zich dat in de beschikbare vacature? Wanneer vindt de werkgever de invulling van die vacature geslaagd? En wanneer méér dan geslaagd en overtreft het zijn verwachtingen?
Allemaal vragen die je kunt stellen om helder te krijgen op welke manier jij ‘een aanbod kunt doen’ en jouw toegevoegde waarde precies kunt afstemmen op de behoefte van je werkgever.
Wat iedereen wil, ook je werkgever, is zo moeiteloos mogelijk, zo groot mogelijke resultaten behalen.
Hoe meer moeite jij dus al hebt gedaan om het gezamenlijke belang duidelijk te maken, hoe groter je kans op succes!
Dus onthoud: jij komt niet iets vragen, maar je hebt iets aan te bieden: een oplossing op de vraag van je werknemer. Op die manier zul je nooit met jezelf hoeven ‘leuren’!
Faalangst
Of juist: Of een ijzersterk verhaal?
De vorige keer heb ik gesproken over overtuigen, weet je dat nog?
Hoe je een werkgever overtuigt.
Maar wat als je bang bent om te falen? Om af te gaan, door de mand te vallen of anders slecht te presteren?
Hoe kun je dan overtuigend spreken over jezelf?
Daarom vandaag, een artikel over faalangst en wat je ertegen kunt doen…
Anders gezegd: hoe overtuig je jezélf??
Net als de vorige keer zijn er een aantal dingen die niet helpen.
Stel je voor dat er een innerlijke stem is die jouw voortdurend vertelt dat je niet zult slagen, dat je het er slecht af zult brengen, de verkeerde persoon op de verkeerde plek bent, het je sowieso nog nooit gelukt is, je te dom, te onervaren, te lelijk, te dik, te dun, te wat-dan-ook bent om succesvol te kunnen zijn.
De slechte grap is: iedereen heeft wel eens dit soort innerlijk negatief commentaar. Naarmate dat commentaar meer vat op je heeft, zul je faalangstiger zijn.
WAT BETEKENT DAT??
Als je alleen die innerlijke commentaarstem zou zijn, dan zou je niet eens aan een moeilijke opdracht beginnen!
Dat je dat toch doet, houdt in dat – er – blijkbaar – ook – iets – in – jou – bepaalde – opdrachten – wil – volbrengen – of – doelen – wil – behalen.
Goed, nu kunnen we vaststellen dat er minstens 2 stemmen in je leven. (En wie weet nog wel meer)
Eén die vindt dat je ‘niks kunt’, en één die wel van alles wil.
Blij mee? Waarschijnlijk niet.
Elimineren dan maar?
Jammer genoeg gaat dat ook niet.
Een van de stemmen het zwijgen opleggen werkt niet. Nooit. Hoe meer je je oren er voor wilt sluiten, hoe harder je ‘m hoort. Je weet vast wat ik bedoel;)
Wat doe ik er aan?
Ik geef je hier een 3 tal middelen om jouw faalangst te temmen. Een dompteur te worden van dat monster dat zo veel plezier vergalt.
Tip 1: Dat iedereen het heeft.
Iedereen worstelt wel eens met zo’n monster van binnen. Het beest imiteert de stem van iemand van vroeger, een slechte leraar, een perfectionistische moeder, een veeleisende vader, die daarnaast mogelijk ook heeel erg lief zijn geweest. Maar ja, je krijgt ongewild vaak een boodschap mee dat het ‘beter moet’, of ‘niet goed genoeg is’.
Dat kan je al vast wat milder maken. Je bent geen freak, geen buitenbeentje, en er is meer solidariteit dan je denkt, als je hier ’s met iemand over van gedachten wisselt.
Tip 2: Dank jewel zeggen.
Ook jouw commentaarstem heeft het beste met je voor! Het is er één die heel eenzijdig kijkt, en maar op één ding let maar toch heeft die het beste met je voor. Hij is bang dat je ‘af zult gaan’ of in 7 sloten tegelijk loopt. Zeg dank je wel, zodra je de stem opmerkt. Dat geeft je commentaar het idee dat je ‘m gehoord hebt. Als je ‘m negeert zal hij steeds harder roepen om je te ‘waarschuwen’!
Tip 3: Oefenen.
Je weet nu dat er een innerlijke dialoog gaande is, waarbij je het commentaar meestal het duidelijkste hoort.
Oefen om die andere stem ook te horen, de stem die iets wil bereiken, een doel wil behalen etc. Geef beiden evenveel spreekrecht en schat ze op gelijke waarde.
Hoe vaker je dit doet, hoe meer vat je op beide hebt. Als je dan in een sollicitatiegesprek zit, kun je overwogen spreken, zonder dat één van de 2 stemmen met je op de loop gaat.
Voorbeeldje
Bij mij gaat het zo:
Ik zit bijvoorbeeld in gesprek met een mogelijke zakenpartner.
Mijn commentaarstem heeft al duidelijk gemeld dat die ander véél zakelijker is dan ik, beter kan onderhandelen en dus wel het beste uit de deal zal komen. Mijn reacties op mijn gesprekspartner zijn dan eigenlijk een reactie op mijn innerlijke commentaarstem!
Dus bij de vraag hoe groot mijn netwerk is, heb ik een ‘heus wel’-achtige reactie. En bij ‘heus wel’ gaan bij mij altijd alarmbellen rinkelen, dus bij mijn -mislukte ;( – zakenrelatie ook…
Ik crëeerde dus een onevenwichtigheid die er aanvankelijk niet was. Als ik -van binnen- mijn eigen commentaar had bedankt voor z’n inbreng, had ik vervolgens objectiever kunnen kijken of dat klopte of niet.
Dus: hoe meer je dit oefent, en je deze ‘stemmen’ kunt onderscheiden, hoe minder vat ze op je hebben (of houden).
Pas daarna kun je gaan nadenken hoe je je werkgever overtuigt met een ijzersterk verhaal!
Bottleneck in je assessment: het Rollenspel
Bottleneck in je assessment: het rollenspel kan dat zijn: voor vele is het een verschrikking. Toch zijn er ook mensen die er ronduit plezier aan beleven!
Hoe komt dat?
Het is misschien moeilijk om je er zonder hulp op voor te bereiden, maar er zijn wel een aantal dingen die goed zijn om te weten.
Klopt het?
Is het rollenspel nou werkelijk een bottleneck? Ja en nee. Zeker niet de bottleneck van het assessment als geheel. Je doet daarnaast meestal nog een heel aantal andere tests en die wegen allemaal mee.
Maar het gesprek dat je met een acteur gaat voeren is in zichzelf wél een bottleneck. Of: een gesprek met een moeilijke twist. Of: een gesprek waarin beide gesprekspartners (jij en je tegenspeler) niet direct op één lijn zitten.
Dus daar zit je dan, met een opdracht die je in je voorbereiding hebt meegekregen, en dan zit er een acteur of actrice tegenover je die ‘niet doet wat jij wilt….’
Daar begint het spel!
Je kúnt denken, en dat gebeurt ook, “wat een dwarse acteur!”, of “hij wil me in een hoek zetten!” of “in de praktijk zou dit nooit zo gaan” en “ik maak er een bende van!”
Met dit soort gedachten zet je jezelf klem. Weet je waarom?
Omdat je de regie voor het rollenspel uit handen geeft. Je maakt de uitkomst van het rollenspel afhankelijk van anderen (de acteur, de praktijk, de ‘slechte’ voor-informatie), óf je geeft jezelf een brevet van onvermogen. Met dit soort gedachten begin je niet aan het spel, maar gooi je eigenlijk de handdoek in de ring en worstel je jezelf die minuten door, totdat je de maximale tijd bereikt hebt.
Maar eigenlijk is dat punt waarop je het verschil bemerkt tussen jou en je tegenspeler het startschot van het spel!
De acteur heeft in zijn rol óók een agenda.
Als assessmentacteur krijg ik ook een rol in jouw spel. Ik wil iets heel graag, of ik heb iets niet gedaan wat wel moest, of ik wil iets van jou. Wat het ook is, ik heb er ook altijd mijn redenen voor.
Als je dat eenmaal weet, en er rekening mee houdt, kun je soepeler met tegenwerpingen omgaan. Sterker nog: je kunt er zelfs naar op zoek gaan. Dan hoeft het niet meer zo te zijn dat jij, of de acteur, of de informatie vooraf je rollenspel ‘verpest’, maar kun je eventuele tegenwerpingen, weerstand of het gebrek aan medewerking juist gebruiken om er achter te komen waar de bottleneck van het gesprek zit!
Soms is dat al enigszins duidelijk uit je voorbereiding, maar vaker nog weet je daar nog lang niet alles over en kan er in het gesprek meer duidelijkheid over verkregen worden. Wees niet bang voor de bottleneck maar zoek ‘m op, waar zit-ie?
Klacht over het rollenspel
Ik kreeg niet genoeg tijd.
Ik hoorde deze klacht over het rollenspel. Gek genoeg heb ik die hier nog nooit besproken. Gek, omdat het een klacht is die ik veel vaker hoor. Tijd te kort.
Een rollenspel heeft een vast timeslot.
Net als alle onderdelen van een assessment, kijk maar:

Per kandidaat moeten alle af te leggen onderdelen in een schema passen. Heel prozaïsch.
Afhankelijk van de complexiteit van jouw rollenspel-opdracht krijg je meestal tussen de 5 en de 20 minuten voor je voorbereiding. Je leest de casus door en bepaalt hoe je het komende gesprek gaat aanpakken.
Vervolgens krijg je voor het gesprek zelf meestal ook tussen de 5 en de 20 minuten.
Dat is heel . erg . veel . korter dan je in de realiteit zou nemen of hebben voor een gesprek, dus dat kan je behoorlijk dwars zitten.
Wat zijn nu de valkuilen die dan op de loer liggen?
Valkuil 1: te strikte doelbepaling
Het is zinvol je tijdens je voorbereiding af te vragen hoe je de opdracht wilt gaan aanpakken. Welk doel stel je jezelf? Toch, als je daar te strak aan vast houdt kan je in een gesprek dan nogal ‘kort door de bocht’ overkomen, en laat je niet jouw eigen normale gedrag zien.
Valkuil 2: Uitstellen
Onderwerpen die ter tafel zouden moeten komen doorschuiven naar ‘een volgende afspraak’.
Valkuil 3: Fatsoen
Favoriet bij velen: even het ijs breken. Wat kletsen over het gebouw, het weer, heb je het kunnen vinden, hoe is het met de kinderen. Voor je het weet ben je al heel wat kostbare minuten kwijt, en kijk je de rest van het gesprek alleen maar angstig heen en weer tussen klok en aantekeningen.
Nou niet klakkeloos het tegenovergestelde gaan doen! Laten we eerst per valkuil eens kijken welke alternatieven je hebt;
Alternatief 1: In de maat, maar zo vrij als een vogel!:
Toch heb je binnen die korte minuten de vrijheid voor jouw regie in het gesprek. Maw: laat de klok niet de regie overnemen! Hoe meer je in het hier en nu bent, hoe meer je je gesprekspartner zult hóren! Je kunt je aanpak dan mede op die informatie baseren, en er ontstaat echte interactie!
Alternatief 2, Wees geen grafdelver:
Schuif onderwerpen niet door, maar adresseer ze in het gesprek zelf, ook al denk jij dat dat veel te lang gaat duren. Mocht dat het geval zijn, dan heb je in ieder geval al wel iets laten zien van jouw aanpak. Je kunt evt. het vervolg dan nog (fictief) doorschuiven naar een tweede afspraak (als de tegenspeler daarmee akkoord gaat…)
Alternatief 3, Klits Klats Klanderen:
Vraag je af waarom je het nodig vind om ijs te breken. Heb je een moeilijke boodschap? Die wordt niet makkelijker als je eerst over koetjes en kalfjes praat.
De rollenspeler wéét hoeveel minuten je hebt! Het is prima om een heel korte ijsbreker te doen, maar net zo goed is het om vriendelijk te vermelden dat je xx minuten hebt voor dit gesprek.
Maar het belangrijkste is eigenlijk dat je wéét dat je nooit lang de tijd hebt voor een rollenspel. Als je daar in je voorbereiding rekening mee houdt, kun je eigenlijk niet in de problemen raken.
Succes!
Rollenspel-fouten
In de serie “Misvattingen over je Assessment” vandaag:
Het Rollenspel
Niemand wil fouten maken als je onder een vergrootglas ligt. En dus ga je eerder verkrampen en ben je minder ontspannen. Logisch, dat weet je zelf ook wel.
Maar in de video van vandaag vertel ik je waarom het maken van fouten in je rollenspel juist bónuspunten op kan leveren! Let op: ga dat nou niet expres doen, je hebt meestal wel je handen vol aan je ‘natuurlijke fouten’.
Tenzij je fout op fout wilt stapelen natuurlijk. Voor de echte pro’s;-)
Wil je weten welke ‘natuurlijke fouten’ jij maakt? En hoe jij daarmee kunt spelen? Stuur me een filmpje van jezelf op, waarin je in gesprek bent. Dan analyseer ik het voor je!
Kwetsbaarheid krachtig? Hoe kan dat dan?
Ik had je beloofd iets te vertellen over de kracht van kwetsbaarheid.
Het woord alleen al roept bij veel mensen direct iets op:
Zweverigheid, Jákkie!, Zelfverbetering, Navelstaarderij, Soft, ‘Moeilijk’, Onrealistisch…
Weinig mensen zien het als iets doodnormaals…
En dat maakt het nou meteen zo’n moeilijk en soms beladen onderwerp.
Kwetsbaarheid, jakkie?
Wat is het eerste waar jij aan denkt, bij het woord kwetsbaarheid?
>>Laat het me hier weten, ik ben heel benieuwd!>>
In deze video laat ik je iets zien van hoe gewoon en normaal het eigenlijk is, en hoe prettig gesprekken kunnen verlopen als beide gesprekspartners geen punt maken van kwetsbaarheid.
Je hoeft dus niet te snotteren, niet de underdogpositie in te nemen of op te stellen als een slachtoffer!
Is dat geen opluchting? 😉
Hoewel kwetsbaarheid op zich niet echt een gesprekstechniek is, kan het in jouw (assessment-)gesprekken enórm verfrissend zijn!
Kijk jij nu op een andere manier naar kwetsbaarheid? Heeft de video je iets nieuws opgeleverd? Je doet me een enorm plezier als je jouw inzicht met me wil delen!
Assessment eigenschappen - De P van Perf..
Gisteren sprak ik een klant die last heeft van hetzelfde als wat jij zult herkennen:
Hoogopgeleid, Gedreven, Ambitieus, Intelligent, vol Potentie.
Last!??
Je vraagt je misschien af waarom je last zou hebben van deze eigenschappen. Je denkt misschien dat werkgevers daar juist op zitten te wachten, en probeert deze eigenschappen zo veel mogelijk uit te nutten.
Wat is nou het gevaar hiervan? Waar zit ‘m de last in?
De last zit ‘m in de P.
- Vol Potentie stimuleert je om jezelf waar te maken.
- Perfectionisme stuwt je op om het ‘ultieme’ resultaat te bereiken.
- Presteren houd de druk op de ketel en zorgt dat je niet verslapt.
Wat scheelt daaraan?
2 dingen:
ik, ik, ik
het gewicht van het te bereiken doel ligt op deze manier helemaal op jouw eigen schouders. Niet het (gezamenlijke) doel is je focus, maar jouw bijdrage daaraan. Je wilt tevreden kunnen zijn over jezelf en dus dwing je jezelf heel ver te gaan.
Zo blind als een paard
Een gezamenlijk bereikt resultaat is bijna altijd beter dan het lumineuze idee van een enkeling.
Als je teveel op je eigen prestatie en inzet bent gericht, luister je minder goed naar inbreng van anderen.
Sterker nog: het irriteert je misschien wel, of je wordt zelfs onverdraagzaam. (Of doet je uiterste best om je in te houden. Dan gaat dáár je energie naar toe.)
In een selectieprocedure wordt natuurlijk naar dit soort eigenschappen gekeken, maar minstens zo belangrijk is de balans die je weet te vinden met zachtere eigenschappen als luisteren, rust nemen, een ander ruimte geven, belangstelling en interesse in een ander.
Wanneer je gedreven wordt door het resultaat dat je wilt bereiken, kan je gedrag worden geïnterpreteerd als oogkleppen, narrow-minded, niet open staan voor nieuwe ideeën.
Perfectionisme is op een dieper niveau ook vaak onzekerheid: “het moet perfect zijn anders heb ik gefaald”. Falen is een altijd meespelende factor in perfectionisme.
Is dat slecht? Nee!
Moet je dat uitbannen? Nee!
Moet je het verbergen? Nee!
Wat dan wel?
- Weet wat de échte downside is van deze eigenschappen.
- Weet wat jij inzet of wilt leren om de gevolgen van de downside te beperken.
- En natuurlijk: weet wat de positieve kant is van deze eigenschappen, en wat je erdoor hebt bereikt!
De échte downside
Voor de hoog-ambitieuze en resultaatgerichte perfectionisten is het heel moeilijk om de echte downside te vinden. Omdat je vaak op de verkeerde plek zoekt.
Je zoekt namelijk naar de nadelige gevolgen op het resultaat.
De échte downside is daar niet te vinden. Tuurlijk, voor een gedeelte wel. Maar probeer eens te zoeken naar hoe uitgeput je bent geraakt?
Of hoe de relatie is met degenen met wie je hebt samengewerkt?
Hoe kijk je naar de kwaliteiten van anderen, bijvoorbeeld iemand die de beren op de weg ziet (of signaleert), iemand die onverwacht met een heel nieuw idee komt, iemand die lang door filosofeert, iemand die tijd en rust neemt?
Allemaal kwaliteiten die op een heel andere manier bijdragen aan een resultaat. Kun je dat verdragen?
Of beter zelfs: kun je er waardering voor hebben, er zelfs dankbaar voor zijn?
Kun je door anderen de betrekkelijkheid zien van je eigen gedrevenheid, en tegelijkertijd zien wat jouw gedrevenheid bijdraagt?
Of irriteert het je mateloos, is het zand in de raderen, een emmer achter de boot, en interpreteer je het wellicht zelfs als onwil, weerstand, luiheid?
Als je perfectionistisch en prestatiegericht bent, ligt hier vaak een groot leerpunt voor je.
Zichtbaar
Deze ‘echte’ downside wordt in selectieprocedures vaak sterker zichtbaar dan in ‘every day life’.
In een selectieprocedure zal je meer dan anders willen Presteren. En zul je wellicht meer dan anders ook de downside daarvan laten zien.
Nu gaat het er niet om dat je jezelf voorneemt om te luisteren naar anderen, hen ruimte te geven en geduld te beoefenen. Dat wordt maar al te vaak ‘mechanisch’ en gevoeld als onecht of ‘niet gemeend’.
Het enige wat je hoeft te doen is weten dat het je leerpunt is, en waar je bent in dat proces van leren.
Weet je het met je hoofd?
Weet je het omdat je het aan den lijve hebt ervaren?
Heb je al dingen ondernomen om je hier bewuster van te worden?
Heb je jezelf al eens ‘op heterdaad’ kunnen betrappen?
Hoe serieus neem je het?
Kun je ook om jezelf lachen, zonder het te bagatelliseren?
Misschien kun je deze zomer eens bekijken en exploreren hoe jouw gedrevenheid, je prestatiegerichtheid (en dus je resultaten) baat kunnen hebben bij slow qualities van anderen. Bij zachtere eigenschappen. En hoe die combinatie tot leuke contacten of mooie resultaten kan leiden.
Wordt niet iemand anders en verberg je kwaliteiten niet, we hebben hard mensen nodig die mooie resultaten willen behalen!
Kijk alleen naar de invloed die andere kwaliteiten op jou kunnen hebben!
Fijne zomer!
Suzanne
PS:
Oh, enne… doe dit alleen zolang als het leuk is. Maak er niet een PrestigeProject van…;))
Als ik je maar 1 tip mocht geven... Waar moet een goed assessment aan voldoen?
Je bent ambitieus, je hebt lef, je draagt een goed pak, je haren zitten goed, en dan kom je zo’n assessmentbureau binnengewandeld.
Dat begin gaat nog wel.
Een leuke test-assistent brengt je naar een kamer waar jij allerlei tests zult gaan maken en voorbereiden. Je hebt zelfvertrouwen, geen angsten over je vermogens, maar gedurende de dag bekruipt je toch een wat onaangenaam gevoel, een gevoel van lichte, maar niet-aflatende spanning.
Best wel vermoeiend, en kun je je spanning af en toe laten zakken? Als je een sigaretje gaat roken, wordt dat gezien? Of meegewogen? Als je geen vragen hebt? Of juist te veel? Je hebt eigenlijk geen idee.
Dan komt het rollenspel. 20 minuten krijg je ongeveer om de voorbereiding te lezen. Hoe ga je het insteken, wat voor gesprekspartner krijg je zo direct voor je, welke voorinformatie staat er in je voorbereiding, welk beeld kun je je er van vormen?
Je mag je aantekeningen meenemen, dat is mooi, want het is best wel veel informatie! Kun je er tijdens het gesprek toch nog op terugvallen.
Je wordt opgehaald door de psycholoog, in een rollenspelkamer neergezet en dan komt je gesprekspartner binnen. Of die zit er al. Een acteur of actrice. Misschien moet je ineens schakelen, had je op een man gerekend, of juist op een vrouw.
En dan?
Je hebt je goed voorbereid, dus je gaat vol goede moed van start. Balen dat je zo’n droge mond hebt, of je hakkelt wat, of je lacht op de verkeerde momenten: toch zenuwachtiger dan je dacht.
Er zitten 1 of 2 mensen te kijken hoe jij een gesprek zit te voeren. Ze schrijven. Je gesprekspartner doet niet wat je verwacht, is vervelend, maakt het je moeilijk, waarom krijg je je vinger er niet achter?
Je komt nogmaals met je voorstel, nu wat anders verwoord, je geeft nogmaals aan dat je het er niet mee eens bent, je vraagt nogmaals of de ander mee wil denken. Er komt niet de respons waar jij wat mee kunt. Je sluit het zo goed en zo kwaad als het gaat af.
Niet helemaal een K* gesprek, maar heel erg tevreden ben je ook niet.
Wat ging er mis? Wat had je kunnen doen om een veel beter gevoel over te houden aan dat gesprek?
1 troost: vele professionals als jij doen het precies hetzelfde, en kampen met de zelfde moeilijkheid. Het is ook niet niks om je in 20 minuten voorbereiding een bepaalde werksituatie voor te stellen, en in het gesprek dat levendig te maken, en ook nog het resultaat te boeken dat je voor ogen hebt!
Nóg een troost: Gelukkig zijn er een aantal dingen die ik jou kan vertellen, die je een grote voorsprong zullen geven in het assessment wat je binnenkort gaat doen!
Echt het aller- allerbelangrijkste is:
Je zit niet ALLEEN in dat gesprek!
Dat lijkt een enorme open deur, maar het is heel belangrijk om je dat tijdens het gesprek te beseffen!
Jij hebt een agenda in dat gesprek: je gesprekspartner ook!!
Jij wil iets bereiken: jouw gesprekspartner wil dat ook!!
Het fijnste gesprek heb je als je er ook achter komt wat die ander wil, wat die ander z’n agenda is.
Dus als ik je maar 1 tip mocht geven, is dat het:
Probeer er achter te komen, wat het belang, wat de agenda, wat de angsten of wensen zijn van je gesprekspartner.
Een deel daarvan staat in je voorbereiding, daaruit krijg je een bepaald beeld. Maar klopt dat beeld?
Je hebt je live-gesprek met de acteur om dat te checken, gebruik hem/haar daarvoor!!
Pas als je weet wat beiden uit dat gesprek willen halen, kun je gezamenlijk dat gesprek tot een goed einde te brengen. (Wat overigens niet hoeft te betekenen dat beiden precies krijgen wat zij willen…)
Het online rollenspel
Ik had het al eerder over de moeilijkheden die je tegenkomt als je je assessment online moet doen. Deze week zoom ik specifiek in op online rollenspellen. Veel mensen vinden dit al één van de engste onderdelen van een assessment, en nu moet je het ook nog online doen. Gelukkig kan ik je alvast wat meegeven: Het líjkt online misschien moeilijker of enger, maar dat hoeft het niet te zijn. Laat me dat uitleggen.
Rust
In een real-life rollenspel wil je ook niet afgeleid raken. Je zou het heel storend vinden als er steeds iemand binnen zou komen om iets aan de psycholoog te vragen, of aan de rollenspel-acteur. Stel je voor dat iemand je assessment binnenstapt om iets aan de psycholoog of acteur te vragen. Niet alleen storend, je krijgt onbewust ook de boodschap door: ik ben blijkbaar niet prioriteit nummer één.
Nu jij het rollenspel thuis gaat doen, zorg je zelf dat jij de eerste prioriteit bent! Zet niet alleen je telefoon uit, maar ook eventuele notificaties op je computer. Zorg ervoor dat je niet onderbroken wordt door kinderen, huisdieren (voer ze op tijd) of partners en let ook op pakketpost.
Welke andere afleidingen kun jij thuis nog verwachten? Bij mij staat het huis van de buren sinds gisteren in de steigers. Op elk moment kan het bouwlawaai losbarsten. Als ik nu een assessment zou moeten doen, zou ik kijken of ik dat op een rustige plek bij iemand anders zou mogen zitten.
Face-to-face of online?
Een van de vragen die ik de laatste tijd vaak krijg is: Wat moet je anders doen in een online rollenspel in vergelijking tot face-to-face rollenspellen.
Nou, aan het rollenspel zelf verandert eigenlijk niks. Maar het gevoel dat je erbij hebt kan wél anders zijn.
Een rollenspel voelt voor sommige mensen al behoorlijk gekunsteld. Daar kun je hier meer over lezen. Het kan goed zijn dat jij online nog meer moeite hebt om je in te leven. Zit je daar in je eigen woonkamer, je werkkamer of je slaapkamer een ‘toneelstukje’ te doen.
Hoe zelfbewuster je bent, hoe moeilijker het inleven wordt. Vergelijk het met dat je gezellig met iemand zit te kletsen en ineens komt er iemand met een camera bovenop staan. Dan besef je plotseling hoe je staat, hoe je praat, hoe je lacht en lijkt alles ineens onecht.
Maar thuis een rollenspel doen kan ook juist een voordeel voor je zijn. Het veilige gevoel van thuis zorgt ervoor dat je meer kunt relativeren, en misschien wel meer jezelf kunt zijn.
Heb jij wel last van dat zelfbewuste, dan levert het online rollenspel ook nog een ander voordeel op: Bij face-to-face rollenspellen zit er een psycholoog mee te schrijven. Ergens in een hoekje van de kamer. Dat kan ontzettend op de zenuwen werken! In een online rollenspel vindt het gesprek echt alleen tussen jou en de acteur plaats. De psycholoog ziet vaak pas later de opname, dus van het ongemak van een derde wiel heb je geen last.
Is er wél live een psycholoog bij? Dan kun je in een online videobelprogramma je instellingen zo zetten dat je het scherm van de psycholoog niet ziet. Dan ben je toch nog met z’n tweetjes.
Subtiliteit
Veel mensen die zich voorbereiden op een online assessment zijn bang dat ze denon-verbale communicatie van hun gesprekspartner niet goed oppikken via een scherm. Laat me je meteen geruststellen: Non-verbale communicatie isheel erg zichtbaar in je gezicht. Ook via een scherm!
Kijk maar eens om je heen, of vraag het aan huisgenoten. Gaan ze ongeïnteresseerd onderuit zitten: dat zie je ook in hun gezicht. Zijn ze boos en verkrampt, blij, proberen ze iets te verbergen? Alles wat je in hun houding ziet, zie je ook in hun gezicht. Soms valt het je zelfs meer op, omdat je niet wordt afgeleid door de rest van de non-verbale communicatie.
Let jij normaal gesproken niet zo op non-verbale signalen? Dan, ja dan zul je ze via een scherm ook moeilijker oppikken. En dat kan echt zo zijn, hè? Het kan prima zijn dat jij zo lekker resultaatgericht bent dat je vergeet om te kijken of de ander nog met je meekan.
Wat dan te doen? Durf jij niet te vertrouwen op je voelsprieten voor non-verbale communicatie? Dan kun je het ook anders oplossen: Vraag het gewoon.
Stel bijvoorbeeld dit soort vragen:
- Wat vindt u ervan?
- U heeft vást nog een vraag voor mij!
- Hoe landt dit, wat ik nu zeg?
- Wat voelt u hierbij?
Zoek hiervoor je eigen woorden. Vooral die laatste vraag kan nogal eens een allergische reactie veroorzaken. In plaats daarvan kun je vragen: Hoe voelt dat?
Met dit soort vragen hou je een vinger aan de pols zonder dat je iemand hoeft ‘aan te voelen’. Het laat ook zien dat je geïnteresseerd bent in de ander, en dat je geen monoloog aan het voeren bent.
De monoloog

Zeker tijdens een online rollenspel kan het gebeuren dat je denkt dat de ander niet meer betrokken is. Staat het beeld stil? Luistert iemand nog? Dat soort gedachten kunnen je flink onzeker maken.
Vaak als je je dat afvraagt ben je al teveel aan het zenden. Au.
Je praat veel en bent vooral informatie aan het geven. Daarbij verlies je de ander uit het oog. Merk je dat je te veel aan het woord bent? Daar is een hele simpele oplossing voor: Stop met praten haha! Nee, maar serieus. Maak je zin niet eens af. Echt.
Je kunt op ieder moment stoppen met praten, probeer maar weer met je huisgenoten. Zeg iets als, ‘Sorry, ik ben veel te veel aan het woord,’ of zeg zelfs helemaal niets! Durf de stilte te laten vallen!
Hiermee laat je een paar hele waardevolle skills zien:
- Je hebt zelfreflectie
- Je kunt je kwetsbaar opstellen
- Je kunt je eigen fouten herstellen
- Je hebt oog en aandacht voor de ander.
Dat zijn maar liefst vier bonuspunten😉
Over the top
Wat misschien ook goed is om te weten, is dat vrijwel iedereen in assessments heftiger reageert dan normaal. Als je onder druk staat – en een rollenspel is wat dat betreft een snelkookpan – zijn je reacties van nature emotioneler en heftiger.
Daarom is het belangrijk dat jij van te voren weet wat de valkuilen zijn in een rollenspel, en wat je eigen valkuilen zijn. Op die manier haal je de druk van de ketel, en ontwikkel je een routekaart om die valkuilen te vermijden en/of er juist weer uit te klimmen. Tussen de regels door heb je misschien al begrepen, dat dat laatste soms zelfs de voorkeur heeft. Als je in een valkuil stapt én je weet er weer uit te klimmen, dan gelden de zelfde bonuspunten als hierboven beschreven!
Wil je meer weten over rollenspellen in het algemeen, kijk dan hier voor meer artikelen uit mijn kennisbank, of download mijn gratis e-book. Moet je binnenkort al een rollenspel doen, en wil je graag leren hoe je uit je valkuil klimt? Klik dan hier voor hulp.
Je kunt dit! De Assessmentcoach
5 keer rollenspel voorbereiding
Je kunt van alles vooraf hebben voorbereid, voor je rollenspel. En ik hoop dat je dat doet!
Waar je misschien nog niet aan heb gedacht is hoe je de voorbereidingstijd benut die je op je assessment-dag zelf krijgt om je rollenspel voor te bereiden.
Daar mag ik niet bij zijn, je mag deze site niet raadplegen, en je mag me ook niet bellen, dus onderstaande adviezen moet je gewoon onthouden! Hier komen ze:
Wat doe je met de rollenspel info: 5 regels waarmee je je rollenspel ter plekke voorbereid.
Regel 1: Je lees-tijd
Lijkt een open deur, maar lees je informatie zorgvuldig door. Ik kom regelmatig mensen tegen die iets net hebben gemist, of verkeerd hebben begrepen. Dat zegt mogelijk alleen iets over je intelligentie (pak je de informatie allemaal op?) en dat is niet zo’n punt want dat wordt in je capaciteitentest gewoon duidelijk. Geen man overboord dus.
Het échte grote nadeel van je facts niet op een rijtje te hebben, is je eigen onzekerheid. Dan kun je niet het beste van jezelf laten zien!
Regel 2: Je conclusies
Welk beeld komt er uit de informatie naar voren? Welke conclusies lijken je ‘voor de hand liggend’? Kijk hier mee uit. Te snel getrokken conclusies kunnen van een gesprek jouw monoloog maken. De ander heeft nauwelijks nog iets in te brengen. Bedenk vooraf wat je kunt doen om je beeld in het gesprek te (laten) nuanceren!
Regel 3: Je doel
Soms krijg je in je info een heel algemeen doel mee (als: ‚maak deze punten bespreekbaar’). Maar soms ook krijg je een heel nauw omschreven doel mee (bv: stel de klant tevreden, geef max. zoveel gratis weg, en probeer een nieuw product te verkopen) Bepaal dan voor jezelf wat je in ieder geval wilt bespreken, en wat je bij de ander wilt bereiken. Dat is een leidraad waarmee je de regie over het spel kunt houden
Regel 4: Je strategie
Zodra je bepaald hebt wat jouw doel is, vraag je dan af hoe je het doel van de ander gaat achterhalen. Vraag je af hoe je in het gesprek wilt omgaan met tegengestelde belangen, wensen of meningen. Wat kun jij doen om voor beiden een goed gesprek te voeren? Hoeveel laat je de ander doen? Kun je gezamenlijk een oplossing vinden?
Het is nooit de bedoeling dat jij álles op je nek neemt, net zo min als je alles aan de ander over laat!
Regel 5: Je structuur
Bepaal vooraf welke structuur je in het gesprek wilt aanbrengen. Welke zaken mogen eventueel wachten, welke niet? In welke volgorde wil je zaken aan de orde stellen en waarom? Bedenk daarbij hoeveel tijd je hebt, en neem je voor om je gesprekspartner de helft van de gesprekstijd te geven.
Maak de structuur aan het begin van het gesprek ook duidelijk aan je gesprekspartner, en laat hem/haar evt. iets toevoegen of wijzigen als dat nodig is.
Een rollenspel bekijken? Klik dan hier











